Stelvio Pass
De Stelviopas, het hoogtepunt van Parco Nazionale dello Stelvio
De Stelviopas is Italiës hoogste verharde bergpas. Hij ligt op een hoogte van 2758 meter in de Italiaanse Alpen en ligt op de grens van Sondrio en Zuid-Tirol. In het Duits wordt de Stelviopas Stilfserjoch genoemd. Deze om precies te zijn tweede hoogste bergpas van Europa, midden in het Parco Nazionale dello Stelvio, wordt gekenmerkt door zijn prachtige valleien, gletsjers en alpenweide. Vanwege zijn hoogte is de pas grote delen van het jaar voor verkeer afgesloten.
De Stelviopas en de wielersport
De Stelviopas staat binnen de wielersport vanwege zijn lengte én hoogteverschil bekend als een van de zwaarste beklimmingen. De route telt maar liefst 48 haarspeldbochten, die vlak boven de boomgrens beginnen. Sinds 1953 behoort de route tot het schema van de Giro d’Italia. Vanwege de hoogte bepaalt het weer of er op de Stelviopas gefietst kan worden. Ondanks zijn spectaculaire karakter kan hij vanwege sneeuwval lang niet altijd in de Giro d’Italia worden opgenomen.
Hoogteverschil van bijna 2000 meter
De 48 haarspeldbochten gelden overigens aan de noordkant van de Passo dello Stelvio (Prato). Aan de zuidkant (Bormio) telt hij er 39. De bochten zijn genummerd en op borden aangegeven. In totaal moet je als fietser 20 kilometer klimmen om een hoogteverschil van bijna twee kilometer te overbruggen. Het gemiddelde stijgingspercentage ligt op 7,7%. Alhoewel alleen de laatste 20 kilometer als klim worden beschouwd, begint de route feitelijk in Merano (75 kilometer).
Wandelen stelvio
In de zomermaanden zijn er behalve fietsers en motorrijders ook veel wandelaars in het gebied te vinden. Op de top van de Stelviopas kun je verschillende lange wandelingen maken. Houd er wederom rekening mee dat de sneeuw in mei en zelfs juni nog roet in het eten kan gooien. Een deel van de lange wandelingen eindigt in een doodlopende weg, waardoor je dezelfde route terug moet nemen. Op locatie zijn goede wandelgidsen verkrijgbaar.
Wanneer is de Stelviopas geopend?
De Stelviopas is alleen in het zomerhalfjaar geopend, doorgaans van eind mei of begin juni tot ergens in oktober of november. De exacte openings- en sluitingsdatum verschilt per jaar en hangt af van de sneeuwval: na een strenge winter kan het ruimen van de metersdikke sneeuwmuren weken duren.
Ook binnen het seizoen kan de pas na een koudefront tijdelijk gesloten of alleen met sneeuwkettingen begaanbaar zijn, want op 2758 meter sneeuwt het soms zelfs in augustus. Controleer voor vertrek altijd de actuele situatie bij het toeristenbureau in Bormio of via de verkeersinformatie van de regio. In de winter bereik je Bormio dus nooit via de Stelviopas, maar via het dal van de Valtellina.
Wat vind je op de top van de Stelviopas?
De top van de Stelviopas is verrassend levendig. Je vindt er meerdere berghotels, restaurants en souvenirstalletjes, waar je terechtkunt voor een warme maaltijd of de klassieke worst met broodje na de beklimming.
Daarnaast ligt boven de pashoogte een klein zomerskigebied op de gletsjer, waar in de zomermaanden vooral raceteams en fanatieke skiërs trainen. Vanaf de top loop je in een korte wandeling naar uitzichtpunten met zicht op de beroemde haarspeldbochten aan de noordkant richting Prato. Houd rekening met flinke drukte op zomerse weekenddagen, wanneer duizenden fietsers, motorrijders en automobilisten de pas tegelijk bedwingen. Vroeg in de ochtend is het aanzienlijk rustiger en is de kans op helder weer het grootst.
Wat is het verschil tussen de klim vanuit Bormio en vanuit Prato?
De klim vanuit Bormio telt 39 genummerde haarspeldbochten en voert langs galerijen, tunnels en de Bagni Vecchi, de historische thermen boven het dal. Deze kant is iets minder steil dan de noordzijde en biedt veel afwisseling in het landschap.
De kant van Prato is met 48 haarspeldbochten de beroemdste: hier kijk je vanaf de top uit over de iconische bochtenrij die op vrijwel elke wielerfoto van de Stelvio staat. Veel fietsers die in Bormio verblijven, kiezen voor de klim vanuit Bormio en dalen af naar Prato om vervolgens via dezelfde weg of via Zwitserland en de Umbrailpas terug te keren. Reken hoe dan ook op een volledige dagtocht.
