Bormio ligt midden in het Parco Nazionale dello Stelvio, met zo'n 1300 vierkante kilometer een van de grootste beschermde natuurgebieden van de Alpen. Het park werd al in 1935 opgericht en strekt zich uit over Lombardije, Trentino en Zuid-Tirol, van dalbossen op 1200 meter tot de gletsjers van de Ortler en Gran Zebrù boven de 3800 meter.
Voor jou als bezoeker betekent dat: vrijwel elke wandeling die je vanuit Bormio maakt, ligt in of tegen het park aan. Je hebt geen toegangskaartje nodig, alleen goede schoenen en een verrekijker, want de kans dat je wild ziet is hier groter dan bijna waar dan ook in de Alpen.
Welke dieren kun je er zien?
In het Nationaal Park Stelvio leven steenbokken, gemzen, herten, marmotten, steenarenden en zelfs lammergieren. Steenbokken zie je vooral hoog op de rotsen, bijvoorbeeld rond de Val Zebrù en boven Santa Caterina, terwijl gemzen en herten in de beboste dalflanken leven. Marmotten hoor je in de zomer overal fluiten op de alpenweiden. Boven je cirkelen met wat geluk steenarenden en de imposante lammergier, die hier na herintroductie weer broedt. De beste kansen maak je vroeg in de ochtend of tegen de avond, in het voorjaar en de vroege zomer. Neem een verrekijker mee en houd afstand: voeren en benaderen van wild is verboden.
Welke wandelingen start je vanuit Bormio?
Vanuit Bormio en de omliggende dalen start je zonder lange aanrijtijd tientallen gemarkeerde routes in het park. Een greep uit de mogelijkheden:
- Valfurva en de Val dei Forni bij Santa Caterina: van makkelijke dalwandelingen tot tochten richting de Forni-gletsjer en Rifugio Branca.
- De omgeving van de Stelviopas: hooggelegen paden met kans op steenbokken, alleen in de zomer bereikbaar.
- Val Zebrù: een van de beste wildspotplekken van het park, waarover we een aparte pagina hebben.
- Bossen en alpenweiden boven Bormio 2000: rustige familiewandelingen met uitzicht op het dal.
Markeringen zijn goed, maar het blijft hooggebergte: check het weer en keer op tijd om.
Wat moet je praktisch weten?
De toegang tot het park is gratis en het park is het hele jaar open, maar het wandelseizoen loopt grofweg van juni tot en met oktober. De hooggelegen wegen naar de Stelviopas en Gaviapas zijn alleen in de zomermaanden open; het dalgebied rond Bormio is jaarrond bereikbaar. In Bormio vind je een bezoekerscentrum van het park met informatie over routes, actuele omstandigheden en excursies met gidsen; kijk voor openingstijden en het excursieprogramma op de officiële parkwebsite. Ga je in de winter, dan kun je sneeuwschoenwandelingen en tochten met gids maken. Houd je aan de parkregels: blijf op de paden, neem afval mee terug, honden aan de lijn en drones zijn niet toegestaan.
